ABCDE-criteria
Klinische ezelsbrug (Asymmetrie, Rand, Kleur, Diameter, Evolutie) om vroege waarschuwingssignalen van een melanoom te herkennen.
Acrolentigineus Melanoom (ALM)
Zeldzaam en agressief subtype melanoom op handpalmen, voetzolen of onder vinger- of teennagels (subunguaal).
Amelanotisch Melanoom
Melanoom zonder bruin of zwart pigment, dat eruitziet als een roze of rood knobbeltje.
Atypische Moedervlek (Dysplastische Naevus)
Goedaardige moedervlek met onregelmatige randen en kleurvariatie, geassocieerd met een verhoogd melanoomrisico.
Basaalcelcarcinoom (BCC)
De meest voorkomende vorm van huidkanker, ontstaan in de basale laag van de opperhuid, vaak met een parelmoerachtige glans.
Huidbiopsie
Kleine chirurgische ingreep waarbij een stukje huidweefsel wordt weggenomen voor microscopisch onderzoek.
Breslow-dikte
Belangrijke prognostische maat bij melanoom: De verticale tumordikte in millimeters vanaf de opperhuid.
Kersangiom (Cherry Angioma)
Veelvoorkomende, goedaardige rode vaatwoekering op de romp en ledematen bij volwassenen.
Clark-niveau
Anatomische classificatie (Niveau I tot V) die beschrijft welke huidlagen door melanoomcellen zijn geïnfiltreerd.
Fitzpatrick-schaal
Classificatiesysteem dat de menselijke huid verdeelt in zes fototypes (I tot VI) op basis van UV-gevoeligheid.
Lelijk Eendje Teken (Ugly Duckling)
Diagnostisch principe: Een moedervlek die duidelijk afwijkt van alle andere moedervlekken van een patiënt is verdacht.
UV-index (UVI)
Internationale WHO-standaard voor de intensiteit van zonnebrandverwekkende UV-straling (1 tot 11+).